One Two Three Four Ramones

One Two Three Four Ramones

159
DELEN

Muziek is steeds vaker een dankbaar onderwerp van de graphic novel. Zo verschenen er al boeken over onder anderen Johnny Cash, Nick Cave en André Hazes. Blijkbaar is er vraag naar graphic novels over dit onderwerp. Nu is het de beurt aan de Amerikaanse punkscene, eind jaren ’70 ontstaan, in sociaal roerige tijden. De club CBGB’s is waar het allemaal begon en was jarenlang het middelpunt van de scene. De Ramones, als exponent van deze muziek, mag wel de voornaamste band worden genoemd en was de Amerikaanse tegenhanger van de Sex Pistols. Dit klinkt als een interessant onderwerp! En dat is het ook, alleen niet op de manier waarop je het zou verwachten.

Tekst: Martijn Douma

Hey, ho, let’s go!
De Ramones: korte, to-the-point punkrocksongs, elke song live aftrappen met “1-2-3-4”, coole look, fraai logo gebaseerd op het wapen van de VS, interne ruzies… Legendes!


In dit boek wordt de geschiedenis van de Ramones uit de doeken gedaan vanuit het perspectief van Dee Dee Ramone, de oorspronkelijke bassist en degene die verantwoordelijk is voor de meeste (zo niet belangrijkste) songs en teksten van de band. Nu lijken alle vier de oorspronkelijke bandleden dit boek wel van een geschikt perspectief te kunnen voorzien, maar het interessante van Dee Dee is dat zijn roots en zijn continue gevecht met drugs vermoedelijk een authentieker beeld geven van het dagelijkse reilen en zeilen van deze punkband dan de anderen dat hadden gekund.

Gabba gabba hey!

Naast Dee Dee bestond de originele line-up uit zanger Johnny Ramone, gitarist Joey Ramone en drummer (later producer) Tommy Ramone. Nee, ze zijn geen familie van elkaar, ondanks de achternamen, maar dit wordt verklaard in het album. Johnny was de charismatische, gedisciplineerde frontman die de band met strakke hand leidde, die de bekende look (spijkerbroek, zwart leren jasje en lang haar) bedacht en die – waar nodig – ingreep. Tommy, een Hongaars onderdeurtje, bleek met zijn instinctieve manier van drummen beter uit de voeten te kunnen dan in zijn rol als bandmanager. Joey was, als gevolg van het syndroom van Marfan, bijna 2 meter groot, schizofreen en behept met een dwangstoornis (OCS/OCD) en een alcoholverslaving.

Rock ‘n’ Roll High School

In het  begin van het album maken we kennis met Dee Dee, die als zoon van een Amerikaanse militair (en een Duitse moeder) vaak verhuist in zijn jeugd en min of meer per ongeluk in aanraking komt met morfine. Na de echtscheiding van zijn ouders belandt hij met zijn moeder en zusje in de wijk Queens (New York), waar hij op de High School in contact komt met zijn toekomstige bandmaten. En waar zijn drugsgebruik een verdere vlucht neemt. De doorbraak met zijn band voorkwam aan de ene kant misschien een noodlottiger toekomst, aan de andere kant ontstond op deze manier juist meer gelegenheid om zijn verslaving te bevredigen.

I wanna be sedated

In korte scènes neemt Dee Dee de lezer vervolgens mee in de wereld van optredens, tournees, studio’s, groupies, bandmanagers en producers. Ontmoetingen met andere punkiconen zoals de eerder genoemde Sex Pistols, The Stooges (van Iggy Pop), The New York Dolls, de bevriende band Blondie, The Clash en The Stranglers komen voorbij. Ook aan de onderlinge spanningen en ruzies, het inpikken van vriendinnetjes en de wisselingen van de wacht qua bandleden wordt aandacht besteed. Zelfs Dee Dee’s uitstapje naar de rapwereld komt aan bod, evenals zijn leven nadat hij uit de band was gestapt.

Teenage lobotomy

Zo bekeken komt er heel veel voorbij in een aantal korte ‘verhalen’ – de link met een punkrock song is al snel gelegd. De auteurs geven er blijk van veel te weten over de band en over de punkscene van toen. Het resultaat is echter een scenario dat fragmentarisch overkomt: diverse keren begint er onverwachts een nieuwe scène, het is niet altijd duidelijk waar of wanneer het zich afspeelt; verhaaltjes zonder kop of staart. De gebruikte locaties zijn voor de echte punkconnaisseur ongetwijfeld bekend, maar als je iets minder onderlegd bent in de punkhistorie gaat dat aan je voorbij.

De tekeningen, in grijstinten, zijn fraai en sfeervol: de hoofdpersonen lijken goed op de bandleden (of hun foto’s), zonder karikaturen te worden. Ik kan een goed getekend verhaal in zwart-wit meestal wel waarderen, en dat is in dit geval ook zo. Toch vraag ik me stiekem af hoe het er in kleur zou hebben uitgezien.

Daar waar het scenario steken laat vallen bieden de laatste 8 pagina’s van het boek een aangename bonus: de auteurs voorzien een aantal pagina’s van toelichting, gaan dieper in op de (punk)historische context en er komt nog een aantal leuke anekdotes aan bod.

The KKK took my baby away…

De vier oorspronkelijke Ramones zijn helaas niet meer onder ons. Wat rest zijn de albums, de beelden en herinneringen als deze. Een echte Ramonesfan moet dit boek in de kast hebben staan, tussen de (auto)biografieën van Dee Dee, Tommy en Marky Ramone (die Tommy verving achter het drumstel), al zal dat meer zijn vanwege de tekeningen dan de, voor de echte fan toch al bekende, tekst. De liefhebber van punkrock of alternatieve rock in het algemeen die meer te weten wil komen over de Ramones kan wellicht beter een van genoemde boeken lezen.

Bruno Cadène en Xavier Bétaucourt (tekst) en Eric Cartier (tekeningen)
Uitgever: Concerto Books
Vertaling: Arend Jan van Oudheusden / Studio Peter de Raaf
96 pagina’s / €24,99 / hardcover

RECENSIEOVERZICHT
ARTWORK
8
TEKST
6
DELEN
Vorig artikelSuske en Wiske BRBS 2.0
Volgend artikelDetectives 2: Richard Monroe – Who killed the fantastic Mister Leeds?